 |
Ze hebben geen vertrouwen in de
economie. |
 |
Ze komen er later op terug. |
 |
De tijd was er nog niet rijp voor. |
 |
Ik ben bang dat de klant er nog niet klaar voor is. |
 |
Mijn contactpersoon wilde wel, maar zijn baas niet. |
 |
Geen idee, dat ga ik de klant eens vragen! |
 |
Ze willen eerst afwachten wat de concurrent op dit gebied gaat doen. |
 |
Ze willen eerst de lopende zaken goed aanpakken, voordat ze met iets nieuws beginnen. |
 |
Ik moet een andere afdeling benaderen. |
 |
De klant heeft mij nog niet teruggebeld. |
 |
De klant heeft nog geen beslissing genomen. |
 |
Ze gaan het zeker een keer kopen, maar het heeft voorlopig geen prioriteit. |
 |
De concurrent was goedkoper. |
 |
Ze willen eerst de lopende zaken goed aanpakken, voordat ze met iets nieuws beginnen. |
 |
De klant wil eerst overleggen met de boekhouder. |
 |
Ze willen eerst afwachten wat de concurrent op dit gebied gaat doen. |
 |
Ze moeten er nog over nadenken. |
 |
Ze gaan er nog eens goed naar kijken. |
 |
Ik heb eigenlijk niet gevraagd waarom. |
 |
Ze hadden geen budget. |
 |
Ik heb eigenlijk niet gevraagd waarom. |
 |
Ze hebben het al een keer eerder gekocht en toen is het niet echt een succes geworden, geloof ik. |
 |
De concurrent bleek familie te zijn. |
 |
... |